Benodigdheden

Om een IP camera met een switch, router of NVR te verbinden, heb je een 10BaseT of 100BaseTX dataverbinding nodig. In de standaard situatie gebruik je hier U/UTP (Unshielded UTP) kabel voor met RJ45 connectoren.

Wanneer er zich storingsbronnen in de beurt van de bekabeling bevinden wordt i.p.v. U/UTP ook S/UTP (Shielded UTP) toegepast. Hierbij dienen speciale RJ45 connectoren te worden gebruikt met een metalen omhulsel voor de afscherming.

Wat heb je nodig een netwerkkabel te maken:
• UTP kabel
• RJ45 connectoren
• Een kabelstripper of een breekmesje
• Een krimptank met knipmesjes (of een schaar om de draden op lengte af te knippen)
• Eventueel een netwerk kabeltester

UTP kabel

UTP kabel ofwel Unshielded Twister Pair kabel bestaat uit 4 ader-paren met een buitenmantel van PVC of PE er om heen. Elk ader-paar is getwist en heeft zijn eigen kleurcodering.

Welke draden waar?
Welk ader-paar moet nu waar geconnecteerd worden? Het antwoord is niet eenduidig: iedere techniek heeft zo zijn eigen kleurcode en systeem. Maar omdat je je UTP kabel voor zo veel mogelijk toepassingen zou kunnen gebruiken, is er een speciale standaard: TIA/EIA-568 (ook wel: T568). Omdat men momenteel aan de “B”-revisie van deze standaard zit, is dat ook de revisie die we zullen gebruiken. Voluit “TIA/EI1 568-B”, maar ook bekend onder de naam “Commercial Building Telecommunications Wiring Standard.” Deze straight through of patch kabel kunnen gebruikt worden voor het verbinden van een host network interface controller (bijvoorbeeld een IP-camera) met een switch, router of  NVR met ingebouwde switch.

Om een 10BaseT of 100BaseTX netwerk aan te leggen heb je eigenlijk maar 2 van de 4 draadparen nodig (paar 2 en 3, oranje en groen). Omdat 10BaseT of 100BaseTX het meeste voorkomt, zou je in feite de 2 resterende draadparen voor andere doeleinden kunnen gebruiken. Bij IP camera’s met Power over Ethernet functionaliteit (ook wel PoE genoemd) worden de 2 resterende aderparen gebruikt om de camera van voedingsspanning te voorzien (48V). Op die wijze is een aparte voeding en bekabeling overbodig. Het is dus aan te raden om de T568B standaard te volgen zodat je je kabel kan gebruiken voor iedere toepassing.

De TIA/EIA-568-B afspraak

 

8 = bruin ; wit-bruin ; groen ; wit-blauw ; blauw ; wit-groen ; oranje ; 1=wit-oranje

 

 

 

1 = wit-oranje ; oranje ; wit-groen ; blauw ; wit-blauw ; groen ; wit-bruin ; 8 = bruin

 

 

 

Het groene draadpaar ligt “rond” het blauwe draadpaar
De draadparen worden dus NIET in volgorde geconnecteerd! Draadpaar 1 zit in het midden en draadpaar 3 zit aan weerszijden van paar 1! En ja, dit is zeer belangrijk. Merk bovendien op dat het ‘lipje’ van de connector bij de twee afbeeldingen onder zit!

De stap-voor-stap procedure
Het is belangrijk dat de draden in de kabel getwist blijven! Een vaak voorkomende fout is dat men te hard aan de kabel trekt, de kabel te scherpe bochten laat maken of knelt tussen iets (waardoor hij wordt platgedrukt). Als je kabel hebt gekocht die in een doos opgerold zit, let er dan op dat de kabel geen scherpe bochten maakt als je de kabel eruit trekt. Als je een paar meter kabel koopt van een handelaar, beschouw de eerste en de laatste 30 cm dan als “verloren”. Het komt niet zelden voor dat de handelaar de kabel zeer fel buigt om te vermijden dat het uiteinde terug in de “doos” verdwijnt.

Strip +/- 20mm van de buitenste isolatie.
Plaats de draadparen naast elkaar volgens 1-2: oranje, 3-6: groen, 4-5: blauw, 7-8: bruin.
Maak het uiteinde van het niet gestripte deel plat, en “onttwist” de draadparen.
Zorg ervoor dat de draden parallel en recht liggen.
Plaats de volledig groene draad over het blauwe draadpaar. Let erop dat het gedeelte dat elkaar kruist maximaal 4mm lang is, om de interferentie zo klein mogelijk te houden. De volgorde wordt dus wit-oranje ; oranje ; wit-groen ; blauw ; wit-blauw ; groen ; wit-bruin ; bruin.
Knip de draden recht op lengte zodat ze ongeveer 14mm lang zijn.
Plaats de connector over de draden zodat de buitenste isolatie minstens 6mm in de connector geschoven zit.
Pers de connector vast.
(Optioneel) Als beide einden een connector hebben gekregen, kun je de kabel testen.

Stap 1: strippen

Strip +/- 20mm van de buitenste isolatie. Dit zou normaal geen problemen mogen geven. Meestal vind je ook een plastieken omhulsel en een touwtje (trekontlasting). Deze kun je zonder problemen verwijderen. Let er op dat je de draden niet beschadigt.

Stap 2: draadparen in volgorde

Dit is dus de volgende volgorde: oranje, groen, blauw, bruin. Zoals je weet moeten de draden die bij het groene draadpaar horen, aan weerszijden zitten van het blauwe draadpaar. Dit moet nu nog niet gedaan worden.

Stap 3: plat maken en onttwisten

Onttwist de draden tot aan de buitenste isolatie. Maak de draden die nog onder de isolatie verscholen zitten een beetje plat. Dit wordt gedaan om ervoor te zorgen dat de connector er goed zal overheen schuiven.

Stap 4: draden recht maken

Maak de draden zo goed en zo kwaad als het kan recht en leg ze mooi naast elkaar in de volgorde wit-oranje ; oranje ; wit-groen ; groen ; blauw ; wit-blauw ; wit-bruin ; bruin. Let op het blauwe draadpaar (eerst blauw, daarna wit). Om ze zo recht als mogelijk te krijgen kan je ze al eens in de connector stoppen en er terug uithalen. Opgelet: in deze stap liggen ze nog niet in de uiteindelijk, juiste volgorde!

Stap 5: juiste draad laten kruisen

Plaats de volledig groene draad over het blauwe draadpaar. Let erop dat het gedeelte dat elkaar kruist maximaal 4mm lang is, om de interferentie zo klein mogelijk te houden. De volgorde wordt dus wit-oranje ; oranje ; wit-groen ; blauw ; wit-blauw ; groen ; wit-bruin ; bruin.

Stap 6: op maat knippen

Als je kabeltjes nog niet hélemaal recht zijn, stop je ze best eerst nog eens in de connector en haal je ze er opnieuw uit. Knip daarna de draden loodrecht af en zorg ervoor dat ze een lengte hebben van ongeveer 14mm.

Stap 7: connector plaatsen

Schuif de RJ-45 connector voorzichtig over de draden. Controleer nog eens volgende punten:

Controleer nog eens de volgorde wit-oranje ; oranje ; wit-groen ; blauw ; wit-blauw ; groen ; wit-bruin ; bruin.
Let erop dat je deze juist monteert: het lipje wijst naar beneden!
De buitenste isolatie van de UTP kabel moet minstens 6mm in de connector schuiven. Dit is om ervoor te zorgen dat de connector stevig vast zal zitten en dus een soort van trekontlasting is.
Zitten de kabeltjes wel allemaal ver genoeg? De oranje-witte en de bruine kan je gemakkelijk van de zijkant bekijken, maar controleer ook alle andere draadjes!

Stap 8: connector vastzetten

Pers de connector op de kabel d.m.v. de tang. Deze doet twee zaken: Je merkt dat de draadjes door middel van twee “tandjes” doorstoken wordt. Deze tandjes zullen zorgen voor de verbinding en de geleiding.
Die tandjes hebben echter te weinig grip op de kabel. Om zeker te zijn dat de kabeltjes niet loskomen, zal je merken dat de buitenste isolatie nu ook is vastgezet.

 

Stap 9: kabeltest (optioneel)

Je kan de kabel testen met een test apparaat. Op internet zijn er goedkope apparaatjes beschikbaar, die je kabel testen (zoeken op LAN test). Indien je zoiets niet hebt, kan je je nog steeds oriënteren op de lampjes van een hub. Deze geven meestal aan of er een verbinding mogelijk is of niet.(let op, indien er gebruik wordt van gemaakt van een netwerk lager dan 1G, worden alleen de draden 1,2,3 en 6 getest, deze worden nl. alleen gebruikt voor het netwerk, de andere draden niet. Het kan zijn dat het netwerk werkt, maar de kabel niet goed is (andere draden kunnen zijn verwisseld). Ook kun je de kabel gewoon gebruiken.